maandag 30 juni 2014

'Soms denk ik dat ik hem ben' Tsafrira Levy

Soms denk ik dat ik hem ben

Tsafrira Levy is in Israël geboren (1951). Ze heeft haar bachelordiploma in psychologie en filosofie aan de universiteit van Tel-Aviv behaald. Sinds 1976 woont ze in Groningen, waar ze in klinische psychologie afstudeerde.
In haar eerste jaren in Nederland werkte ze, naast haar studie, als freelance journaliste voor een Israëlische krant en publiceerde ze korte verhalen in haar moedertaal (Hebreeuws). Ze specialiseerde zich als psychoanalytische psychotherapeute en werkt inmiddels vele jaren poliklinisch parttime in de verslavingszorg.
Geleidelijk pakte ze de draad als schrijver weer op, nu in het Nederlands, haar tweede taal. Ze volgde een vierjarige schrijfcursus voor jeugdliteratuur bij Script+ in Amsterdam. Sinds 1997 publiceert ze geregeld boeken in verschillende genres (jeugdliteratuur, literatuur voor volwassenen, gedichten). 
Onlangs verscheen ‘Jonge groenling, oude eend’ bij uitg. Philip Elchers.
==

Jonge groenling, oude eend

Vannacht vloog de witte eend weer
tegen de autoruit en ik
die zijn verplettering bleef dromen
drukte het gaspedaal in,
smeekte de regen als medeplichtige
alle sporen uit te wissen om de kinderen
dit leed te besparen.
Aan alles komt een eind,
ook aan onschuld.
Het regende hard, hij vloog te laag,
was misschien onwel geworden,
oud, verzwakt, verward, mevrouw de rechter,
ja, ik reed door en liet hem in de berm liggen,

maar niet de jonge groenling
die tegen het raam van onze tuindeur vloog
en buiten westen raakte.
Hem heb ik toegewijd verzorgd,
ik heb alle vogels lief,
verjaag alleen eksters en Vlaamse gaaien,
maar ze komen terug zodra er jonge meesjes zijn.
De groenling was warm
zijn hart vuurde als een mitrailleur,
hij kwam langzaam bij en ik waakte tot hij wegvloog.
Soms denk ik dat ik hem ben
die tegen glazen platen vliegt
waar ik doorheen kijk maar niet doorheen kom.

Wat me opviel, al bij de titel, is de muzikale klank en het ritme. Dat leek me bijzonder voor iemand die niet in haar moedertaal dicht. Maar je woont al 38 jaar in Nederland. Droom je ook in het Nederlands? 
T.L. ‘Toen ik hier kwam studeren en stage moest lopen, had ik een gesprek op de universiteit met de docent die dat coördineerde. Hij zei zoiets als: ‘Wanneer je in het Nederlands gaat dromen, is je taal voor het vak goed genoeg.’ Ik droom tweetalig. Nu meer in het Nederlands, maar heel vaak heb ik ook dromen in het Hebreeuws en soms door elkaar. Ik ben tweetalig in mijn hoofd.  De eerste twee jaar met mijn Nederlandstalige man spraken we Engels, later Nederlands, maar in ruzies gingen we over op Engels; dan waren we gelijkwaardiger. ‘

Het ongeluk met de eend droomde je na in het Nederlands? 

‘Dat zou kunnen. Ik herinner me dit meer als een herinnering ‘s nachts, die in het gedicht de volgende dag de vorm van een droom kreeg.’
De regen is medeplichtig. ‘Omdat ik minder goed zie met regen. En hij wist de sporen op de autoruit uit. Hij verbergt het misdrijf. ‘mevrouw de rechter’ is mijn eigen geweten. Later vloog de groenling tegen het raam van onze tuindeur. Hem kon ik gelukkig redden.’
Aan het slot neemt het gedicht een wending. 
‘Dat is de kern voor mij.’

Heb je die wending van te voren bedacht?
‘Nee, dat is een organisch groeiproces van een gedicht. Ik had het beeld van die eend en de groenling: groot en klein, dood en levend. Het is heel moeilijk om precies na te gaan hoe het dan verder is verlopen. Je maakt zo iets half in slaap, half in dromen, tijdens wandelingen. Er gebeurt zo veel in je hoofd. Daarna schrijf je iets op papier. Anders dan bij proza, moet ik poëzie eerst altijd met de hand noteren. Daarna komt pas de computer in beeld, dan is het bijschaven, toevoegen, verder groeien en snoeien. Ik schrap veel, daarom is het ook moeilijk om het uit mijn hoofd te leren. Allerlei zinnen en woorden die ik heb weggejaagd en die ik me toch herinner interfereren met de laatste versie. Van andere dichters lukt het beter, omdat we de andere versies niet kennen.’

Het slot gaat over het lot van mensen in gevaarlijke situaties of moeilijkheden in het werk, onbegrip. 

 ‘Het leuke van gedichten is dat iedere lezer er iets anders uit kan halen. Voor mij gaat het hier om het gevoel van frustratie dat er weinig aandacht is voor mijn gedichten. Het is moeilijk om mijn werk bij “echte” uitgevers gepubliceerd te krijgen, om door de onzichtbare muren heen te komen waar ik wil zijn. Ik wil heel graag op de planken bij andere mensen staan, maar dat is misschien heel persoonlijk.’
Nee, dat is heel herkenbaar. Je wil natuurlijk gelezen worden.
‘Dan is het pas af.’
‘zijn hart vuurde als een mitrailleur’; dat beeld is misschien onverwacht bij een vrouwelijke dichter, maar je bent in dienst geweest.
‘Ik was bij de luchtmacht en hield me bezig met coderen en decoderen van geheime berichten. Het was in de tijd dat Israël veel schermutselingen met Egypte had. We zaten in een kamer en aan de wand hing een Uzi. Elke week moest ik de Uzi schoonmaken. In de eerste zes weken kregen we allemaal een basisopleiding. Toen moest ik wel schieten, maar de enige keer dat ik in de buurt van de roos schoot, had ik mijn ogen dichtgeknepen. Als je een kleine vogel in je hand houdt, voel je ‘rrrrrrr’. Het is geen wekker. Ik zou geen ander beeld voor het geluid weten te verzinnen. Het hartje van een baby, als je zwanger bent, gaat ook snel, maar dat is toch anders. Achteraf kun je zeggen dat ‘mitrailleur’ verbonden is met de dood.’

Nog even over de klanken in het gedicht: vind je het Nederlands een mooie taal?

‘Ja, maar ik vind het Hebreeuws mooier. Mooi in het Nederlands zijn de ui,, eu, ou, ee, aa, oo, uu klinkers, ze bestaan niet in het Hebreeuws. Mensen daar kunnen de naam van mijn man niet uitspreken. Ze zeggen niet ‘Van Uitert’, maar moeizaam ‘Van Outert. Ik vind die verschillende klanken wel mooi. Eigenlijk zijn alle talen mooi als ze door dichters worden gebruikt.’
Is het Hebreeuws muzikaal?
‘Hebreeuws is een meer staccato taal dan het meanderende Nederlands. De klank en muziek ervan zijn me vertrouwd. Wat ik heel mooi vind in deze taal is het feit dat je met éen wortel ontzettend veel kunt variëren. Je kunt heel veel woorden maken die familie zijn van die wortel. Het is ook een beeldende taal, die verbonden is met de prachtige taal van de bijbel. Het heeft veel lagen en het “ruikt lekker” voor mij. Het is een geurige taal.’
Ken je de eerste regels van Genesis uit je hoofd? 
 ‘Natuurlijk: ‘(1) Berê’shîth bârâ’ ’elohîm ’êth hash-shâmayim we-’êth hâ-’ârets. (2) We-hâ-’ârets hâyethâh thohû wâ-bohû we-hhoshech ‘al-pnêi thehôm we-rûahh ’elohîm merahhepheth ‘al pnêi ham-mâyim.’

(Ik herinner me dat K.Michel de woorden ‘thohû wâ-bohû’  (woest en ledig) citeert in een gedicht. (De eerste twee strofen gaan zo: ‘Bij herlezing klinkt het als / een postcoïtaal gevoel van droefenis / tohoe wa bohoe, tohoe wa bohoe // Als je het hardop herhaalt / zie je landschappen zich ontvouwen /een novemberse zandplaat in de Waddenzee / de desolate vlaktes ten zuidoosten van Glen Coe / en ga je turf ruiken, leisteen  / twee adelende hazen in de schuur’) (RE)

In thohû wâ-bohû zit een oerklank, ja. Het is de chaos, de onbestemdheid waar alles uit is ontstaan. In de h zit iets ongearticuleerds.

Heb je als kind Hebreeuwse gedichten gelezen?

‘Ja, natuurlijk. Ik heb hier ook veel Hebreeuwse dichtbundels. Ik kreeg ze op verjaardagen van mijn ouders. Zij wisten dat ik ervan hield. ‘

Wanneer ben je in het Nederlands gaan dichten? 
‘De eerste keer toen ik vijf of zes jaar in Nederland woonde. Ik zat in het 4 Mei-projectkoor. We maakten een programma zelf en ik heb een gedicht geschreven in het Nederlands dat op muziek is gezet. Ik schreef toen nog verhalen in het Hebreeuws die in Israël werden gepubliceerd. Later heb ik verhalen in het Nederlands geschreven. Een redacteur zei: ‘Je hebt talent, maar je moet je techniek nog verbeteren. Toen ben ik naar Script in Amsterdam gegaan, vier jaar. Mijn eerste boek (Hadassa’) kwam uit in ’97. Poëzie in het Nederlands is drie jaar later uitgekomen. In het tweede en derde jaar van Script heb ik de beste lessen gehad; veel techniek geleerd. Grammatica heb ik mezelf geleerd, nog in Israël, onder andere met een vertaling van Winnie the Pooh in het Hebreeuws en Nederlands. In Nederland las ik de kranten en boeken met behulp van woordenboeken. Aan de universiteit van Groningen heb ik een taalcursus van drie maanden gevolgd.’

Heb je nu wel eens de neiging om een gedicht in het Hebreeuws te schrijven? 
‘Soms komen er woorden en zinnen, maar niet vaak meer. Iemand vroeg me onlangs een paar gedichten in het Hebreeuws te vertalen voor een poëzie-tijdschrift daar . Ik heb feedback van een Israelische dichter erbij gekregen en vond het resultaat ontzettend mooi; bijna mooier dan in het Nederlands.’

Dat is bij Friese dichters ook heel vaak het geval. 
‘Ik weet niet of een ander ook zou vinden dat mijn Hebreeuwse vertaling mooier is dan het origineel in het Nederlands. Het Hebreeuws is dichter bij mijn ziel. Als ik in Israël ben. komt de taal terug in mijn actieve taalsysteem, dan schrijf ik soms een gedicht in het Hebreeuws, maar ik ga toch steeds heen weer tussen mijn twee talen en uiteindelijk wordt het Nederlands. Weet je, ik leef nu langer in Nederland dan ik in Israël leefde. De ruimte van het Nederlands neemt toe. Ik kom steeds dieper in de taalmogelijkheden, word er vrijer in.’
====
Eerder verschenen in het blad Schrijven

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen